We mogen God alleen dienen, en alleen zo zoals Hij Zelf in Zijn Woord heeft geopenbaard.

We zullen moeten belijden:

-) Het belijden van zonde en schuld

-) Vernedering van ons hart. Zie 1 Petrus 5.

-) Onze zaligheid alleen zoeken en vinden in Christus

-) Het breken met de zonden en wandelen in de wegen des Heeren.

We hebben allemaal onze godsdienst. En zo eren we ons zelf en niet God. In het paradijs vielen Adam en Eva, en ze maakten zich vijgenbladeren. De mens ging zichzelf dus helpen, een eigen godsdienst. We zijn zelf dus de grootste afgod, een beeld waarvoor we buigen. We houden ons zelf omhoog, in plaats dat we ons verliezen voor God en God alleen over blijft.

God dienen is geestelijk. We mogen geen beeld maken om zo God te dienen. Christus heeft alles gedaan. We moeten door Christus God dienen. We moeten uitgewerkt raken. Zie Romeinen 4 vers 5: "Doch dengene die niet werkt, maar gelooft in Hem Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid".

Enkele eigenschappen van God willen we benoemen :

-) alwetend = God is alwetend. Hoe dienen we God niet als we God niet bezondigen voor de tijd en eeuwigheid. Als we denken het zelf wel te doen. Dan is het zondigen tegen het 2e gebod

-) alomtegenwoordig = God is overal. Als we nu zondigen omdat we denken dat God dit niet ziet, of we vergeten dit, dan zondigen we tegen het 2e gebod.

-) almachtig = God kan alles, Alks we God in ons leven niet nodig hebben of alleen in de ergste noodsituaties, dan zondigen we tegen het 2e gebod.