Gij zult niet begeren en dan staat er geen punt maar in een verband, maar uws naasten... Dus de begeerte heeft betrekking op iets van een ander. De begeerte op zich zelf is geen zonde. Want begeren is leven en leven is begeren. Bij de geboorte begeert een kind voedsel. Een nader begeert timmerman of kok te worden allemaal begeerten en goede begeerten. Ook Christus heeft ons in het volmaakte gebed geleerd te begeren naar ons dagelijkse voedsel. Ook in het geestelijke leven is er een begeerte. Zie psalm 42 :"Mijn ziel dorst naar U, naar de levende God". Zie ook het eerste gebod : De begeerte om God lief te hebben boven alles. Die begeerte hoort en moet er zijn. De Heere heeft dus voornamelijk in de 10 geboden laten opnemen wat er begeerd moet worden.
In het begeren daar begint de zonde, als de gedachte opkomt dan is er al zonde, ook voor de daad dus. Onze grootste ellende is onze binnenkant, ons hart is verkeerd, daar komen uit voort verkeerde gedachten, begeerten etc.. Wie kan dan bestaan voor een heilig God??
God ziet dus en de gedachte en al dan niet de daad als 1 of 2 zonden aan. Een aardse rechter ziet alleen de daad als zonde, maar God, de hemelse rechter, niet.
God ziet dus dieper ook dieper als de gedachte maar naar het bestaan, waar het uit voorkomt. En moet ik dan niet zeggen, uit mij geen vrucht in der eeuwigheid?
Iemand die niet wedergeboren is, is een vreemdeling van zijn eigen hart. Gods Geest ontdekt een mens aan zichzelf en dan ziet hij dat hij zonde is! Dan is ons bestaan, ons zijn verkeerd, dan is er nooit leven in ons. Alleen zo komt er plaats voor een Ander.
Hoe toepasselijk is Psalm 19 vers 6.
Ik moet me afvragen of ik in de zonde leef, of dat de zonde in mij leeft. Daar zit de grote vraag!
Wat is de functie van de wet Gods :
1). Tot ontdekking wie ik ben
2). Een regel om naar te leven
3). Een tuchtmeester tot Christus