Deze tekst is bedoeld voor iemand die een Gods lasteraar is geweest, maar van deze dingen heeft losgelaten en vastbesloten en vastberaden Christus zoekt, ten einde het eeuwige leven te verkrijgen. Dit is een mens die zich verloren weet, maar begeert gered, verlost, behouden te worden. en zo'n mens gaat God ontmoeten. Bergen en zeeën van zonden en schuld zijn er tussen deze mens en God. Onoverbrugbaar. Indien U me zou verderven het was rechtvaardig. En mij terug brengen kan alleen maar door een almacht van de Almachtige. Het hart van deze mens is hetzelfde als van een nuzige vieze kelder, zonder daglicht, waar vieze beesten, insecten en ander viezigheid welig tiert. Een kelder waar niemand in zou willen gaan. Maar door de donkerheid bemerkt niemand het. Maar open eens de luiken. Doe het vuil van de ramen, laat eens wat licht binnentreden en we zien dit alles in eens wel. We walgen van ons leven, we proberen ons te verbeteren, breken met de zonden, breken met de verkeerde vrienden, maar in dit alles schiet het niet op. Dan wordt het roepen en schreeuwen, hoe kan ik zalig worden. Voor deze mens, die zich van verre voelt, onoverbrugbare kloof, is deze tekst bedoeld. Als hij nog verre was zag hem Zijn Vader.

En kan nog verder zijn gegaan. Stel ik sterf voordat mijn Vader over me ontfermt? Apart he, dat vaak mensen die overtuigd zijn van hun zonden en een Zaligmaker zoeken, overtuigd zijn dat ze snel sterven maar die niet overtuigd zijn dat ze nog lang leven.

Voor de uitverkorenen is het een zekerheid, ze worden bewaard tot aan de dag Zijner genade en dan pas daarna neemt Hij ze tot Zich.

Hoe eindigt het nu. De Vader naam hem aan, omdat de Vader hem lief had. Alle noden alle zorgen, alle gebeden, alle tranen waren al lang gezien, gehoord en bewaard. Maar Hij ziet ook Zijn genade, het is Zijn werk in het hart van deze zondaar. Dat werk heeft Hij er zelf in gelegd en zal Hij ook afmaken.