Evangelisatie is het woord brengen in de buurt van een kerk, al is deze kerk besef al heel lang weg. Een wereld die het evangelie al eerder gehoord heeft (is niet zo bij zending). Deze wereld zijn mensen die niet willlen geloven, niet meer geloven, die misschien ook nooit zullen geloven, allen behorend tot de wereld, in welke het christendom sinds eeuwen een bekend verschijnsel is. Vaak heeft de wereld er mee afgerekend met het christendom. Deze wereld is post Christum.

De belangrijkste noden en zorgen uit het dagelijkse leven zijn niet de hoogste nood en zorg. We leren de hoogste nood kennen door wet en evangelie. We hebben geen evangelie naar de mens. Een gevaar is voor de evangelist dat zijn bezoekers hem meenemen in plaats dat hij de bezoekers meeneemt.

De grote principiële fout is bij het zoeken vaan aanknopingspunten dat de mens het uitgangspunt wordt en de inhoud van de toespraak door de mens en het leven van de mens bepaald wordt.

Belangrijk! Al kennen de mensen hun wezenlijke nood niet, die nood is er wel. Ze leren de nood door het evangelie kennen, en hun dagelijkse noden zijn feitelijk een heen wijziging naar de echte nood die ze onder de boodschap van het evangelie niet begrijpen.

En wat is de hoogste nood : de volstrekte vervreemding van God.

Het uitgangspunt van de toespraak is dat de mens het evangelie nodig hebben, om God en zichzelf te leren kennen. Het evangelie is het enige nodige voor de gasten, dat moet ons uitgangspunt zijn.

Net als de Macedonische man die tegen Paulus in een droom zei: "Kom over en help ons!". Dit zag deze man zichzelf niet, dit liet God Paulus wel zien.

Dat moet ons grondhouding zijn, wij weten dat ze het evangelie nodig hebben als het hoogste noodzakelijke, al zien ze dat zelf niet.

We spreken over genade, dat er genade is voor de gehele wereld, in die zin dat er niemand een te erge zondaar is. We behoren God toe, of we nu wel of niet inmiddels Hem geloven. We zijn een schepsel van God en onze taak op aarde is God te dienen. We staan allemaal onder het bereik van God. Als we dus God en Zijn evangelie brengen is het aan de Geest waar Hij vandaan komt en waar Hij heen gaat. Het is een verborgen arbeid van God die er geschiedt. Alleen God kan en dove en doden laten horen.

De inhoud van de toespraak moet geheel door de Bijbel worden bepaald. En niet de leer maar de aankondiging en de boodschap van het rijk Gods. We hebben een boodschap die rond geroepen wordt als een heraut. Het is niet het brengen van een leer nogmaals! Het is het verkondigen van een actueel thema : God komt nu in uw leven. Dat was God al, maar dat was u (misschien) nog niet bewust van, maar vanaf vandaag wel. U bent nu van de duivel maar u behoort God toe. De mensen worden aangesproken en verantwoordelijk gesteld voor hun daden, woorden en gedachten. Het evangelie vraagt geloof en gehoorzaamheid. De grote openbaring is het verlossingswerk van Jezus Christus te aanvaarden en zich te bekeren. Het leven en wat daar gebeurt in het leven van de gasten is niet het uitgangspunt maar het Woord van God. De mens is wel het doelwit van deze toespraak. De mens die deze toespraak hoort moet antwoord geven. Dat betekent dat de boodschap wel deze mens moet raken! De evangelist mag niet aan het leven van de mensen voorbijgaan. Doet hij dit wel, dan gaat zijn toespraak aan de werkelijke mensen voorbij.

De evangelist moet dus kennen :

  • de vragen en noden van de mensen

  • zijn geestelijke behoeften of het ontbreken hiervan

  • het besef van goed en kwaad

  • zijn verzet en vijandschap tegen God en Zijn Woord

  • zijn visie op de wereld

Een evangelist moet weten wat er in de wereld te koop is. Van een zaaier mag je verwachten dat hij zijn akker kent. Er moet een oprechte bewogenheid zijn met de mensen en de wereld van de mensen. Een afstandelijke beschouwing voldoet niet. De liefde tot Christus allereerst maar ook zeker de liefde tot de mensen dwingen hem, om wegen te zoeken, op welke wijze hij het evangelie kan afstemmen op de bijzonder situatie en gesteldheid van zijn mensen.

Kijk naar Jezus. Jezus heeft wel onbevangen gebruik gemaakt van de gedachtenwereld en de wijzen van spreken van zijn hoorders. Zo moeten wij ook handelen en spreken. Jezus ging in op hun vreugden en zorgen, hun vragen en mogelijkheden. Er is niets wat Hij niet benutte.

De schrijvers van de 4 evangelie en Paulus leefden in de gedachtenwereld van hun tijd. Hun tijd he! Gebruikten de woordenschat en beeldenschat en denkvormen van hun tijd en hun wereld. Ze gebruikten als uitdrukkingsmateraal het Oude Testament, het Jodendom, de Griekse philosophie, de oosterse mystiek etc.. Uiteraard wilden ze uitsluitend het evangelie prediken, maar dan wel voor de mensen van die tijd in die wereld.

Aanpassing is zeker niet het zelfde als assimilatie.

De dogmatische formuleringen hore niet in een evangelische toespraak thuis. Wel moeten we wat we zeggen dogmatisch kunnen verantwoorden, maar dit zijn wel 2 verschillende vormen. De dogmatiek is de veronderstelling maar niet de inhoud van de toespraak.

De echte oorzaak van de moeilijkheid ligt in de situatie van de Europese wereld. Er is spraakverwarring omdat er geestelijke verwarring is. Omdat we Gods gezag en het gezag van het Woord niet meer als absoluut ervaren en toepassen. Maar deze verwarring moeten we niet accepteren!

We zijn geroepen de zaak van Christus te dienen en brood te geven aan mensen die honger hebben. God heeft ook met de wereld een zaak, de zaak van Zijn Koninkrijk, van Zijn heerschappij.

De inhoud van een evangelisatie toespraak zal 3 elementen moeten bevatten :

1). Een analyse van de tegenwoordige situatie.